
Regatta bij Argenteuil door Manet (1872), ooit gezien op een tentoonstelling in Le Havre. Op het eerste gezicht werd hier een moment ‘even’ gevangen. Schijn bedriegt, de oever die Manet schilderde loopt door achter de boten. Er is dus een laag die al droog is voordat de boten erop werden gepenseeld.
En al die mooie kleurcontrasten, geel met blauw, rood met groen. Ze versterken elkaar.



Die kleurcontrasten kan ik die terug laten komen? En dan net als Manet snel en vlotjes opzetten? Bovendien moest ik meer vieze kleuren gaan gebruiken. Dat valt niet mee.
Cezanne, ooit bezocht ik zijn atelier bezocht in de Provence, laat zien dat je gewoon rare elementen toevoegt om kleurcontrasten op te roepen. Wat doet dat balkje rood namelijk net boven dat linkse blauwe dakje met al dat groen er boven? Terwijl ik het hele schilderij probeer te vangen verlies ik de frisheid van mijn oefenschetsjes.


Vang een ijsvogel. Net als de Post-impressionisten ga ik meer in de emotie zitten. De opwinding van dat eerste moment dat zo’n flits voorbij schiet en je daar een jammerlijk bewogen foto van maakt. Of zegt die foto meer dan al die mooie gelikte plaatjes die je op internet vindt?




Hoe zit dat toch met die kleurcontrasten? Ik snap dat groen en rood iets met elkaar doen, maar wat dan en wanneer? Al lezend ontdek ik dat Vincent van Gogh daar ook mee liep te stoeien.



Voor de vrije opdracht werd ons op het hart gedrukt te focussen op kleurcontrasten. Eigenlijk niet zo extreem als in dit schilderij want een tikkie is al voldoende.
En dat onthoud ik als ik het tweede schilderij maak. Een tikkie oranje in de deksel van de begrafeniskist.

Meer zien, ga naar de lessen impressionisme.